maandag 25 april 2016

Paul Gellings, Café Egidius, Passage, Groningen 2016

Klassieke verzen

Het gebeurt niet zo vaak meer dat er een bundel met klassieke verzen verschijnt. Café Egidius van Paul Gellings verscheen onlangs bij uitgeverij Passage en maakt deel uit van De doos van Passage.

Een intrigerend gedicht is ‘Spoken van Rembrandt’:

Spoken van Rembrandt

Glans en daglicht langzaamaan geoxideerd
tot avond met een ander, dieper perspectief
in de alkoven thuis had men elkander lief
en bij de hoeren werd het vlees geëerd

in gezelschap van het vroeg gestorven kind
in ons ontwaken wij nog steeds om twaalf uur
nu er op uit! het feest is slechts van korte duur!
gelukkig kent onze kapitein de route blind

men hoort de lansen op de Kloveniersburgwal
men ziet de vlammen op de toortsen trillen
en kijk, daar is de Dam, het Damrak al

dan verstrakken wij weer wanneer in de prille
zon de vensters hier opeens gaan zinderen
en wij alleen nog leven in het oog van kinderen

Dit is een sonnet met een 5-voetige jambe, omarmend rijm in de twee kwatrijnen en efe fgg als rijmschema in de terzetten. Nergens vinden we rijmdwang. Regel 2 laat een 6-voet horen. De dichter had ‘ander’ kunnen schrappen, maar hij heeft er voor gekozen het andersoortige perspectief te benadrukken.
Een interessant enjambement vinden we in regel vijf. Wie is dat kind? Is het de marketentster, het meisje in het licht met de kip aan haar gordel? Is zij vroeg gestorven of gaat het om het kind dat wij allen eens waren. Er staat ‘in ons’. Wij beleven het spookuur zoals we dat als kind konden beleven. Zie ook de laatste regel.
Het gezelschap van Banning Cocq komt tot leven om twaalf uur ’s nachts. De eerste regel roept kleur en licht van de Nachtwacht op. In de nacht heeft men lief in de bedsteden of smaakt men het vlees bij de hoeren.
Het gezelschap trekt er kort op uit, want moet op tijd weer terug zijn op het doek. De lansen zijn zo levensecht geschilderd dat je ze kunt horen en je ziet de toortsen trillen, maar hier is het natuurlijk ook zo, dat in de verbeelding, het gezelschap reëel waarneembaar is.

Het titelgedicht heeft betrekking op de vriendschappen die werden gevierd in allerlei lokaliteiten. Er wordt getreurd om gestorven vrienden. De lezer herkent regels uit het middeleeuwse Egidiuslied. Waar zijn de vrienden gebleven, hun gesprekken in aangename nevel van rook en alcohol? In eerdere bundels van deze dichter vonden we ook veel aandacht voor vriendschap. Hier vinden we een gedicht opgedragen aan een vriend, Joost Zwagerman, die toen nog leefde. 
Gellings vertelt op zijn weblog hoe zij elkaar schreven:
‘Vrijwel gelijktijdig, zo in de loop van 2011, vielen Joost Zwagerman en ik ten prooi aan een verregaande neerslachtigheid. We wisten het alleen niet van elkaar. Het kwam over en weer pas aan het licht in een uitgebreide mailwisseling, ongeveer een jaar later.’

Paul Gellings krabbelde overeind en de eerste keer dat hij dat goed besefte was toen hij alleen verbleef in een hotel. Het sprak Zwagerman aan en hij herkende ook de sensatie.


IN EEN HERFSTIG HOTEL

In een herfstig hotel ben ik mijn ziel
op het spoor gekomen
een gestorven blad onder mijn bed
in een kamer aan een marktpleintje
zonder bomen

en zonder markt – achteraffer kon het niet
toch verdwenen
juist hier de scheuren
in mijn voering
verdampte het verdriet

nooit geweten dat het er zo uitzag
wat ik hier zou vinden
een blaadje van een verre boomtak
losgeraakt tussen
twee oktobervlagen

zomaar dus onder mijn bed
het beeld gezien
van wat men ziel noemt
het kwam van nergens
en ging nergens heen

om de wereld door te geven
haar boeken en haar bouwsels
ons onbegrijpelijke leven
in een herfstig hotel waar
ik maar één nacht ben gebleven

Ook hier geen punten aan het eind van een regel. Wel strofen, van vijf regels van ongelijke lengte, spaarzaam rijm.
We zien dat het blad van ver moet gekomen zijn, want het marktpleintje heeft geen bomen. Mooi hoe dat gestorven blad, antithetisch, symbool wordt van hernieuwde levenslust.

In een tweede afdeling staan vertalingen uit het Engels, Frans en Duits. Het wekt geen verwondering dat we hier Rimbaud, Baudelaire en Verlaine aantreffen en we zien hoe zorgvuldig Gellings de gedichten heeft vertaald met eindrijm, waarbij hij knappe vondsten deed.

=

Paul Gellings, Café Egidius, Passage, Groningen 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen