maandag 25 april 2016

Karel Eykman, Jaarringen, De Harmonie Amsterdam 2016

Karel de kwetsbare

In 1939 is Karel Eykman drie jaar, maar hij weet nog hoe hij wakker werd en duiven hoorde koeren en hoe zijn beer naast hem zat en hoe mamma de planten water gaf, maar vooral hoe de zon scheen. Hij schreef -wanneer?-

Wat je je het eerst herinnert
en wat je nog steeds weet
is altijd weer de zoete zon

Elk jaar krijgt een tekst, een anekdote, een herinnering: in 1945 begint het zo:

In Den Briel was ik ondergebracht bij op zich aardige mensen
maar ze deden aan bidden voor het eten en praatten zo raar
ik voelde me niet op mijn gemak.

Als je dat nu zo opschrijft: ‘In Den Briel was ik ondergebracht bij op zich aardige mensen,
maar ze deden aan bidden voor het eten en praatten zo raar. Ik voelde me niet op mijn gemak.’, zie je dat het geknipt proza is.

In 1952 ontdekt hij Lucebert en begrijpt intuïtief ‘overhandig mij brekend / je peilloze bloem je kus’. In 1957 krijgen we een nauwkeuriger datum te lezen: 23 maart. Titel: ‘Pauline’, de vrouw bij wie hij thuiskomt, met wie hij de weg vindt, ook al verdwalen ze soms.
Lucebert blijft hij trouw tot aan en over zijn dood. Hij schrijft een ontroerend in memoriam. Remco Campert is de dichter die hem voorging, in dichten, in verlegenheid, in verliefd worden. En dan is er nog een kleine dichteres, zijn kleindochter, die hem inspireert tot een mooi gedicht, als hij haar ziet spelen met pa kameel, mamma koe en kindje konijn:

Godnogantoe, wil haar behoeden en bewaren
tegen al het onbeschofte kwaad
zodat zij dit volhoudt, al haar jaren
waarin zij in de wereld staat

In 1965 staat de samenwerking met Aart Staartjes beschreven: allebei eigenwijs, maar ze hebben verder  een tegenstrijdig karakter. Aart de toneelspeler, Karel de schrijver, die elkaar nodig hebben voor een succesvol optreden, maar er is meer. De tegenspelers zijn beiden twijfelaars, ze zijn beiden angstig om te mislukken.
Karel Eykman noemde zich ooit de verlegen vogelverschrikker: in deze teksten geeft hij zich vrijmoedig aan de lezer, zijn twijfels, zijn ontrouw. De jongens van het schrijverscollectief - wat hadden ze een succes! - bespreken seksuele problemen rond het te vroeg klaarkomen: aan iets droevigs denken, je van tevoren aftrekken en dan weer rustig opbouwen. Karel de kwetsbare, die woedend kan worden op god en op zijn collega’s en op de jongen vooraan die zit te klieren.

Een constante is het verlangen naar de ander( en) en het ‘een beetje kwijt zijn’, zoals toen in Zoutelande als kind van vijf.
Hij moet meemaken hoe Vrij Nederland de kinderkrant laat vallen, de VARA het Schrijverscollectief en de IKON de bijbelverhalen, door respectievelijk marketingredacteuren, kijkcijfersocialisten en tekstneukertheologen, maar hij blijft schrijven, meer dan zestig boeken en meer dan duizend liedjes.


Karel Eykman, Jaarringen, De Harmonie Amsterdam 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen