maandag 25 april 2016

Erik Bindervoet, Het vuil van de schoonheid, De Harmonie, Amsterdam 2015

Roos voor Dhr. Bindervoet

Boeken leiden een kort leven in de boekhandel, maar dan is er nog het internet, denk je. Maar nee. Erik Bindervoet wijst in de aantekeningen achter in zijn bundel Het vuil van de schoonheid naar een site ‘Buurtwalk op je walkman’, met een verbale achtergrond van de Bilderdijkstraat. Je wordt doorverwezen naar de site van De Harmonie.: ’sorry, but the page you were trying to view does not exist’ zegt uitgeverij De Harmonie.
Merkwaardige uitgever: je vindt er de zeer lyrische Hans Tentije naast Erik Bindervoet met ready-mades, pamflettistische, polemische en receptuele teksten.
En dan toch: op www.amsterdampoeziefestival.nl/programmageluidswandeling. Daar kun je onder andere Bindervoet ‘Ugly Street’ horen voorlezen. ‘Een eposje in vier bedrijven, om en nabij tweehonderdvijftien regels en plusminus zestienhonderdzevenenzestig woorden, een
mnemotechnische onderneming en een voorlopige verkenning van de plattegrond’.
Ik heb de woorden niet nageteld, maar ik hoorde wel hoe Bindervoet het bijvoeglijk naamwoord ‘Nederduitsche’ leest, namelijk met sch. Zou hij niet weten dat je gewoon een s moet lezen of is het een grap? Vast wel.
En hij leest ‘praeterí-tum’ in plaats van ‘praetèritum’. Ook een grap? Hmm.
Hij komt in de Bilderdijkstraat allerlei mensen tegen: een oud-docente Geschiedenis, een actrice, een zeikerd (Adje Fransen) en natuurlijk allerlei winkeliers.

Bindervoet is een taalmeester. Hij noemt Hooft ‘de dreutse drost’, dat wil zeggen stug, onvriendelijk. Hij weet veel: als hij daar loopt, dat wil zeggen Bindervoet als Bilderdijk met
horrelvoet (1756-1831). Die data geeft Binderoet aan het nog dichte dartscafé. Hij denkt aan Nijhoff, aan Couperus. Annie M.G. Schmidt, Van Lennep. ‘Gevoel is voor de dichter het enige wat telt’, maar de ‘poëzie is van de straat, of moet dat zijn’. Poëzie is geen fictie, zei Antonio Gamoneda.
Er gebeurt in de straat van alles, veel meer dan in de straat van Nijhoff, maar ook veel minder. Bindervoet laat het wel buitelen, zoals Joyce dat deed.

Het titelgedicht gaat zo:

We stonden in een oerwoud van afval.
Dood speelgoed. Lijken van poppen
Afgedekt door witte badhanddoeken.
Ik zoende haar op haar blote schouder.
Ze heetteAmparo Lopez Oviedo
En ze vond het mooi
Dat we na een busreisje van een week
Al zo vertrouwd met elkaar waren.
Perfecte Spaanse schone. Lange benen.
Zwart haar. Zwarte bikini.
Alleen haar bovengebit zat los.
-
Brrr.

Hij is niet te beroerd om een perfect rijmend en vijfvoetig jambisch gedicht, weliswaar met knitteleffecten, te schrijven over zijn tuinhuisje waar hij werkt aan zijn gedichten en waar hij tekeningen maakt ter ontspanning. Het gedicht is een pastiflage - Bindervoet vondst - op Nijhoffs ‘Tuinfeest’.

‘Geenszins om liefde, maar om de sublieme
Momenten en het sentiment daartusschen.’

Bij Bindervoet wordt dat:

‘Niet uit vermoeidheid, maar uit enthousiasme
Voor bouwen in de ruimtezee daartussen.’

Let op het woord ‘ruimtezee’. Hij had nog twee lettergrepen nodig.

De humor werkt bij mij wel als hij het over zijn vader heeft, die behoorlijk in de war is, waardoor absurde dialogen ontstaan over Noorse ruiten uit Noorwegen, die besteld zouden zijn, of een bellende Julius Caesar. Ook de andere bewoners van Olmenrust zeggen of vragen de meest krankzinnige dingen.
Bindervoet schrijft een vlijmende tekst over de herdenking in de theaterzaal van het verzorgingshuis:rozen in een vaas. De dode dames en heren krijgen bloemen: een tulp, een roos, wilg, plataan, paardenbloem (twee maal), laurier. Nee, dat zijn de afdelingen. Dhr. Bindervoet was als een van de laatste aan de beurt. Hier heeft de humor een scherpe rand.

Erik Bindervoet, Het vuil van de schoonheid, De Harmonie, Amsterdam 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen