maandag 25 april 2016

Sebastiene Postma, Trappen, Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2015

Wonderlijke Trappen

De lezers van poëzie mogen het bijzondere, de verrassing, het raadselachtige verwachten. Poëzie zet je graag op het verkeerde been, dat uiteindelijk een goed been blijkt te zijn, waarmee je verder komt, ook op een trap naar boven of naar beneden. Is er veel verschil? De weg omlaag is de weg omhoog.
De meeste lezers verwachten regels die niet tot aan de rand van de bladspiegel lopen en strofen waardoor witregels ontstaan, maar prozagedichten zien er uit als proza. De bladspiegel wordt gevuld, al is er vaak veel wit onder de tekst.

Sebastienne Postma (1957) doet het anders. Zij schrijft prozagedichten, maar breekt de regels wel af. Waarom doet zij dat? Waarschijnlijk omdat ze drie delen wil; laten we ze strofen noemen: een anekdote uit het leven van veelal Engelse dichters, een contra-strofe en een slot-distichon met een sententie.
Inhoudelijk zijn haar teksten in het begin als verhalen, maar ze eindigen behoorlijk raadselachtig.
Zo begint de eerste tekst:

Jane Carlyle bakte brood en stopte sokken
terwijl haar echtgenoot de trap op liep.
Hij stapte langs haar heen op de door
haar gedweilde treden en verdween uit het zicht.
Ze kon nog net zijn voeten tussen
de balusters van een hogere traparm zien.
Ze hield zijn tempo niet bij. De planken
moesten regelmatig worden geschrobd
of geschuurd of opnieuw gevernist.

Volgen regels met nog veel meer terugkerende huishoudelijke taken en dan: 

Om niet krankzinnig te worden bedacht ze dat
het bakken van een brood van een afstand bezien
misschien van net zoveel waarde was
als Cellini’s bakken van een beeld.

Wonderlijke gedachte! Maar de eerste regels zijn ook al wonderlijk: de opeenvolging van brood bakken en sokken stoppen terwijl haar man de trap op loopt, langs haar heen. Het gaat hier om een monumentale trap. Waarom moeten de planken regelmatig geschrobd en geschuurd en gevernist, niet alleen gedweild? Lopen er zo veel mensen? En waarom moet zij dat allemaal doen? Er waren toch dienstmeiden?

De tweede strofe gaat over de dichteres Elizabeth Barrett, die ziekelijk was. Zij trouwde met Robert Browning, die haar verzorgde. Ze stierf in Florence.
Postma schrijft:

Ze sperde hongerig haar gele snavel open als een trechter
-die was gigantisch in verhouding tot
het minuscule lijfje bedekt met donsveertjes-
en piepte aan één stuk door om wormen.

Hier wordt de vergelijking tussen vrouw en vogeltje wel ver doorgevoerd.
Maar wat hebben Jane en Elizabeth met elkaar te maken? Dat staat in de sententie:

We wachten allemaal op redding.
Maar niet iedereen heeft in nood een traplift.

Een beetje flauw. Elizabeth kon wel een traplift gebruiken en Jane zou misschien niet zo veel hoeven te schrobben? De man van Jane verwaarloosde haar; de man van Elizabeth verwaarloosde zijn eigen poëzie.

Het wordt nog vreemder als we tekst XXII lezen:

Jane Carlyles dienstmeid bakte brood en stopte sokken
terwijl haar bazin de trap op liep.
Die stapte langs haar heen op de door
haar gedweilde treden en verdween uit het zicht
na eerst nog wat kritische opmerkingen te hebben gemaakt.
Het was nooit goed genoeg.

Wikipedia meldt dat Jane wel dertig dienstmeiden versleet. De tekst noemt verder de bekende huishoudelijke taken. Er zijn veel onderdelen aan de trap schoon te maken en te poetsen.
Dan volgt de tweede strofe:

De neerwaartse hamertrap of axe kick is er ook nog.
Er zijn meer traptechnieken of chagi.
Het been wordt gestrekt gehouden en omhoog
gezwaaid tot het bijna loodrecht in omgekeerde richting staat,
de voet daalt met een boog van bovenaf neer
op het hoofd van een tegenstander
als het blad van een bijl.

Nu gaat het over vechtsporten: men trapt de tegenstander.
Wil de dienstmeid Jane een trap geven?
Dan komt de sententie:

Zoals Cusanus al opmerkte, is er bij oneindigheid
geen verschil tussen een rechte steektrap en een wenteltrap.

Postma (filosofe) weet veel. Over de opmerking van Cusanus, theoloog, kardinaal en wiskundige, moet ik nog lang nadenken.

De bundel bestaat uit 39 berichten over dichters, schrijvers, één beeldhouwer, één kerkvader en velerlei soorten trappen tot en met de dubbele helix. Postma heeft zich uitgeleefd; haar gekte wordt poëzie.


Sebastiene Postma, Trappen, Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2015


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen